— EDITIE MEI 2026 —

mijngender.nl

brieven & dagboekfragmenten

HomeSpiegel › Desistance en mij

Desistance en mij

Desistance is een woord dat de wetenschap kent en activisten haten. Het beschrijft mensen bij wie dysforie weer wegtrekt, vaak rond of na de puberteit, zonder medische transitie. De cijfers verschilden, maar de boodschap was telkens: lang niet iedereen blijft. Dat zette mij stil.

Wat het onderzoek zegt

Klassieke follow-up studies van kinderen met gediagnosticeerde dysforie (Steensma et al., 2013; Singh, Bradley & Zucker, 2021; Drummond et al., 2008) vonden desistance-percentages tussen 61% en 88%: de meeste kinderen identificeerden zich na de puberteit weer met hun geboortegeslacht, vaak als homo of lesbisch. Recentere studies vinden lagere cijfers, deels door verandering in diagnose-criteria en deels doordat vroeg sociaal transitioneren persistentie lijkt te verhogen (Steensma, 2013). Het Cass-rapport (2024) concludeert dat sociale transitie geen "neutrale handeling" is en associeert het met grotere kans op doortrekken van het traject. Lees Steensma's review via tandfonline.com.

Wat het voor mij betekent

De eerste keer dat ik over desistance las, voelde ik woede. Alsof iemand zei: jij bent gewoon in de war, het gaat wel over. Pas later las ik wat de onderzoekers feitelijk zeiden, en wat ik las was iets anders: bij sommigen gaat het over, bij sommigen niet, en wij weten niet vooraf wie wie is. Dat is geen ontkenning. Dat is de werkelijkheid waarin ik mijn keuze moet maken.

Wat het echt verschoof: ik zat in een groep die in de studies juist het minste duurzame dysforie heeft (laat-ontstaan, vrouwelijk geboren, comorbide). Dat hoeft mijn ervaring niet ongeldig te maken, maar het verandert de waarschijnlijkheden waarmee ik werk.

Wat ik nu doe met deze kennis

Ik bekijk mijn besluit niet als "voor altijd uit" of "voor altijd in". Ik laat de tijd zijn werk doen voordat ik onomkeerbare stappen zet. Mijn eigen verhaal staat in de dag dat ik stopte. En in de brief aan de volgende die twijfelt schrijf ik wat ik haar zou willen geven.

Bronnen

  1. Steensma, T. D. et al. (2013). Factors associated with desistence and persistence of childhood gender dysphoria. JAACAP, 52(6), 582-590. tandfonline.com
  2. Singh, D., Bradley, S. & Zucker, K. (2021). A follow-up study of boys with gender identity disorder. Frontiers in Psychiatry, 12, 632784.
  3. Cass, H. (2024). Independent Review — Final Report, hoofdstuk over sociale transitie.

Zie ook

"Wat ik over mijn gender schreef, schreef ik om er door te komen — niet om er een vlag van te maken."

— de redactie, mei 2026

© 2026 mijngender.nl